Tot eer en glorie van de Willy

Mol-Sluis,  06 juni 2014

Het was een heerlijke zomerdag, zoals er zoveel waren in juni.
De voorbije winter mocht dan al weinig of geen koude sporen hebben achtergelaten, toch deed het deugd om alle groen en bloem weer opnieuw tot bloei te zien komen. Ons terrein kreeg zopas de jaarlijkse opknapbeurt en dat bleek nodig na de onfortuinlijke martelingen in de loop van de voorbije wintermaanden. De vogeltjes uit de nabijgelegen bossen deden zich te goed aan de uitgezaaide droge zaadkorreltjes die weldra ons veld opnieuw een frisgroene kleur zouden bezorgen.

Voor vele mensen het sein om alle zorgen aan de kant te zetten en al volop de blik te richten op de stilaan nakende vakantieperiode.
En toch waren de heerlijke momenten niet voor iedereen weggelegd.

In zijn appartement naast de drukke Turnhoutsebaan, maakte Willy zich die dag klaar om enkele karweitjes te gaan opknappen. Niet in onze sportieve zone maar wel bij zijn vrienden in een garage ergens in Mol-Sluis. Reeds lange tijd deden de uitbaters een beroep op de Willy om vooral bij takelwerken, te zorgen voor een geschikte bijstand.

De meerdere jaren ervaring bij het bedrijf, maakte het werk licht om dragen en inmiddels was er een grote vriendschap ontstaan met de andere werkkrachten. Toch was er iets dat stokte. Reeds enkele dagen was een lichte pijn in de borststreek er oorzaak van dat hij wat minder activiteit aan de dag kon leggen. De altijd zo werklustige en opgewekte gemoedstoestand had wat aangespoord tot verminderde ijver. Toch wou hij vandaag  opnieuw zijn taak bij het takelbedrijf gaan vervullen en zocht hij zijn kleine wagentje op om zich op pad te begeven. Plots herinnerde hij zich dat hij nog iets vergeten was en ging hij opnieuw de trappen op naar zijn verblijf op de hoogste verdieping. Daar gaf hij uiteindelijk Ria, zijn vriendin, nog een knuffel hetgeen hij al zo dikwijls had gedaan. Niemand kon vermoeden dat het voor Willy en Ria een allerlaatste afscheid in hun appartement zou worden.

Wat later op de dag en op weg naar de plicht, werd hij dan plots onwel en zelfs in die mate dat onmiddellijk een doktersbezoek noodzakelijk werd. Dit bezoek en de verdere behandelingen in ziekenhuizen, konden echter niet meer baten. Zware hartproblemen hadden Willy geveld en we zouden hem nooit meer aan zijn zo geliefde sportveld terug zien. De zwarte tijding woog als een blok bij Ria, zijn familie, zijn sportvrienden en al wie hem dierbaar was. In een tijdspanne van slechts luttele uurtjes verloren we met zijn allen een lieve partner, een dierbaar familielid, een geliefde sportmakker…

Voor onze kleuren werd het een harde dobber, na al die trouwe jaren dat we Willy in onze groep hadden gekend. Meer zelfs, nadat hij onafgebroken de groen-witte club had geleid. Nadat hij mede door zijn inspanningen en zijn  liefde voor onze vereniging, zovele heuglijke momenten had helpen verzamelen. In deze tijd van herdenkingen, kunnen we dan niet anders dan even stilstaan bij de gedachte dat hij onverminderd nog altijd ergens aanwezig is.
Gelukkig heeft de onaflatende inzet van velen onder ons er voor gezorgd dat Willy’s werk naar behoren wordt verder gezet. Ons terrein ligt er opnieuw keurig bij. De lijntjes zijn als vanouds sneeuwwit gepoederd. Onze kantine draait onverminderd op volle toeren. Alles is kant en klaar als onze boys aankomen voor matchen of trainingen.

Als Willy dit eens zou kunnen zien dan zou er onvermijdelijk een glimlach op zijn lippen verschijnen en terwijl hij zou genieten van een deugddoend sigaretje, zou hij voorzeker uitbrengen : “””Het is opperbest zo jongens . Ik ben trots op jullie. “””

Intussen hebben onze voortrekkers voor een passend spandoek gezorgd, waardoor de Willy voor altijd in onze gedachten blijft voortleven.

Spandoek